donderdag 2 december 2010

Leesvragen Hoorcollege 3 december

Ter voorbereiding op het hoorcollege van vrijdag 3 december heb ik 3 hoofdstukken uit het boek Handbook of Computer Game studies van Joost Raessens en Jeffrey Goldstein gelezen. Uit elk hoofdstuk heb ik een tekstvraag geformuleerd en daarnaast een overkoepelende kadervraag:

Tekstvragen
(Hoofdstuk 4: Game design and meaningful play – Katie Salen and Eric Zimmerman)

Wat wordt er bedoeld met de magic circle? Kan dit worden toegelicht met een voorbeeld?

(Hoofdstuk 6: Computer games and learning: Digital game-based learning – Marc Prensky)

Waarom kan het kwadrant op pagina 110 niet volledig worden ingevuld? Bestaat er geen voorbeeld van een game die hoog scoort op learning en laag op gameplay?

(Hoofdstuk 24: Computer games as participatory media culture – Joost Raessens)

Wat bedoelt Raessens met deconstructie? Kan hier een link worden gelegd met Derrida?

Kadervraag
Moeten games worden ontworpen voor het entertainment en ‘fungehalte’ of moet meer een focus worden gelegd op het educatieve aspect van games volgens de schrijvers?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten